Dodenherdenking 2018

Dodenherdenking 2018

De dodenherdenking in Odiliapeel was heel sfeervol, emotioneel en uitstekend verzorgd.

Zo,n 260 aanwezigen , waaronder zo,n 50 kinderen( veel meer als andere jaren) luisterden naar de muziek van St Marcellus, Jair en Jef Verstegen op zijn piano. Toespraken Van wethouder Gijs v Heeswijk (gemeente) LT kolonel Anja Haijer-Kemler (vliegbasis)en een emotionele lt-Kolonel bd Cees vd Ploeg (Limburgse jagers ) wisten het publiek te boeien met hun verhalen.

Maar bijzonder was het optreden van Nina Smits van IKC Den Dijk . Zij refereerde aan haar bezoek aan Nationaal Monument kamp Vught waarbij zij getroffen werd door het verhaal over 74 vrouwen die dood zijn ingejaagd en zij vroeg dan ook om bij de 2 minuten stilte aan die vrouwen te denken. Daarnaast stelde zij zich de vraag of zij ook in het verzet zou willen gaan als er weer onderdrukking zou komen. Haar antwoord was stellig . Dat wil ik  en haar laatste opmerking was richting de aanwezigen gesteld . “Deze vraag stel ik nu ook aan U”

Ook de verhalen van de 4 generaties de Groot raakten het publiek. De 5 jaar leven in angst van Grootmoeder, het vinden van levensgevaarlijkemunitie van de oorlog in de bossen van Odiliapeel door haar dochter, het onzettend zuinig leven van grootmoeder door haar kleindochter ervaren en de laatste generatie die de verhalen van hun meester op hun rondtocht door Odiliapeel over de tweede wereldoorlog vertelde.

De kinderen van IKC Den Dijk assisteerden bij de hele herdenking, legden mede de kransen en herdachten met een bloemenhulde ook de 4 gestorven Britse soldaten op het kerkhof.

Daarnaast konden de belangstellenden de “boombanken “bewonderen die onze “houtkunstenaar”Andre v Boxtel uit de Rechtestraat heeft ontworpen.

 Hieronder kunt U hun verhaal nogmaals lezen.

Verhaal 4 mei (dodenherdenking) Nina Smits

Gebruik de vrijheid maar misbruik de vrijheid niet. 
Dus ga jezelf niet beter voelen als een ander, omdat jij meer hebt. Of diegene uitlachen, beledigen, roddelen of …. En dat kan heel groot zijn. Zoals een ander land of een president vernederen. Maar gebeurt het niet ook elke dag op het werk, op school of gewoon op straat? Het gaat niet altijd over grote nieuwsitems, soms gebeurd het ook in het dagelijks leven.

Ik ben naar Nationaal Monument kamp Vught geweest. Toen ik daar was voelde ik me blij dat ik in vrijheid leef.  Ik was tegelijkertijd ook verdrietig dat het ooit zo heeft moeten gaan. In het echt is het nog erger dan dat je het probeert voor te stellen. Met de nadruk op probeert. Ik denk dat het goed is dat iedereen weet wat er toen is gebeurt. Dat we elk jaar de slachtoffers moeten blijven herdenken. En tegelijkertijd hopen dat er nooit meer zo’n tijd komt.

Toen ik in Nationaal Monument kamp Vught was, vertelde de gids dat er zich een bunkerdrama heeft afgespeeld. Het gaat over 74 vrouwen die door de kampcommandant in een gevangeniscel zijn gejaagd omdat ze zich verzetten tegen een beslissing die genomen werd. Zo’n cel is 9 vierkante meter, dus bedoeld voor 1 persoon. Dit betekent dat iedere vrouw ongeveer een stoeptegel had om op te staan. Ze hebben daar 14 uur vast gezeten en er zijn 10 vrouwen gestikt. Dit verhaal vond ik heel erg om te horen. En daarom vraag ik u om dadelijk tijdens de 2 minuten stilte ook heel even aan deze 74 vrouwen te denken.

In kamp Vught zaten o.a. Joden en politieke gevangen maar ook mensen die in het verzet zaten. Dit jaar is het het  jaar van verzet. Maar wat betekent verzet eigenlijk? Help je mensen onderduiken? Of ga je vechten tegen de vijand als een soort extra leger? Maar kan het ook kleiner, dat je  s ’nachts OZO (Oranje Zal Overwinnen) op de muur schreef? Een geheime radiozender beluisterde? Of  begint het al met een radio niet inleveren, gewoon om dwars te zijn. Verzet betekent ook dat je vertrouwen moet hebben in de mensen die bij je groep horen. Respect en waardering voor iedereen die op zijn eigen manier een steentje bijdraagt om de vrijheid weer te kunnen vieren.

Remco Campert heeft daar een gedicht over geschreven:

Verzet begint niet met grote woorden maar met kleine daden.

Zoals storm met zacht geritsel in de tuin. Of de kat die de kolder in z’n kop krijgt.

Zoals brede rivieren met een kleine bron  verscholen in het woud.

Zoals een vuurzee met dezelfde lucifer die de sigaret aansteekt. 

Zoals liefde met een blik, een aanraking, iets dat je opvalt in een stem.

Jezelf een vraag stellen
Daarmee begint verzet.

En dan die vraag aan een ander stellen.

 

Zou ik mezelf die vraag durven stellen en in het verzet gaan?
Ik heb hier geen goed antwoord op. Want zou ik het durven om in het verzet te gaan? En misschien onderduikers in mijn huis nemen. Of zou ik me stil houden?

Ik durf mezelf wel de vraag te stellen of ik de vrijheid wil vieren. Want begint de vrijheid ook niet zoals met het verzet, met kleine dingen? Vertrouwen hebben in elkaar, respect en waardering voor de mensen om je heen. Dat laten zien, voelen en uitspreken, dat is Vrijheid Vieren en dat blijven doen, elke dag weer. Dat wil ik!
Ik heb mezelf die vraag gesteld. Dus stel ik die vraag nu aan u!

Nina Smits

 

Verhaal 4 mei (dodenherdenking) Familie de Groot

Oorlog...

Wat betekende dat voor de inwoners van Odiliapeel?

Voor ons mam was het 5 jaar leven in angst.

Omdat ons mam niet goed meer kan zien en dit erg spannend vindt, zal ik haar verhaal aan u laten horen.

Het begon met oorlogsdreiging:

De familie Cornelis van Dijk woonde aan de Rogstraat in een boerderijtje met hun 11 kinderen. Er heerste heel erge armoede. Ze kregen voldoende te eten maar wel vaak hetzelfde. Piepers en groenten verbouwde men zelf en ze hadden kippen, een koe en een varken.

De kazematten aan het defensiekanaal werden vanuit Odiliapeel bemand met militairen. In de Wolfstraat en de Beukenlaan stonden de barakken waarin ze sliepen. De militairen kwamen elke dag, te voet, langs het huis van familie van Dijk. Zij hadden karren met daarop hun armoedige geweren en munitie, die ze zelf voorttrokken.

En dat alles zonder radio en televisie. Vader las de krant voor, dat er misschien oorlog kwam.

Het was echt de vorige eeuw. Mijn moeder Drieka  had als 14 jarige oudste dochter van het grote gezin veel werk en de zorg voor de kinderen en haar zieke moeder. Het zijn voor haar moeilijke herinneringen.

Er werd een trein kapotgeschoten in Mill, toen was de oorlog echt  begonnen.

Haar moeder kreeg een miskraam. Zelf zag ze bij het melken van hun 2 koeien in de wei, dat soldaten met hun simpele geweer op een verkenningsvliegtuigje schoten.

Bakker Fransen bakte al het meel op dat hij nog had voor de mensen die er nog woonden.

De Duitsers vorderden alles: koeien en paarden werden geslacht als voedsel voor de soldaten.

De Duitsers gingen een vliegveld aanleggen en iedereen, die nog een paard en wagen had moest daarmee verplicht komen werken. Ook vanuit andere dorpen werd dit verplicht gesteld.

In de tijd dat de Duitsers hier heersten, moesten de mannen verplicht in Duitsland gaan werken. Degenen die dat niet wilden werden onderduiker. Zo ook ons pap. Ze sliepen dan zomaar ergens in de Rips in de bossen. Alles was beter dan naar Duitsland te moeten vertrekken. Ons mam had toen al verkering met ons pap en maakte zich veel zorgen over hem.

Toen het vliegveld er eenmaal was, werd er vanuit Engeland teruggevochten. Het vliegveld was een object dat steeds onder vuur lag. De bombardementen waren angstig.

Er werden splinterbommen gegooid. Die kwamen overal terecht en maakten veel slachtoffers. De mensen zeiden tegen elkaar: ‘Wie zal het volgende slachtoffer zijn?” Als de bommenwerpers kwamen, ging men naar zijn zelfgegraven schuilkelders om daar in angst en beven te wachten tot het weer voorbij was.

Na zo'n bombardement ging ook ons mam dan kijken wat er nu weer gebeurd was. Soms hoorde ze dat vliegtuigen aan het vechten waren. Ze zaten dan onder de tafel of in de schuilkelder.

Het werd te gevaarlijk. De mensen moesten evacueren en mochten hier niet blijven wonen.

Ons mam ging met haar ouders, broertjes en zusjes naar familie in Uden op de Hoenderbos.

Ze verbleven met  het gezin bij familie. Overdag mochten ze d’n herd, een soort woonkeuken, gebruiken en 's nachts sliepen ze een paar huizen verder op zolder.

Alle huizen waren zwaar beschadigd in Odiliapeel.

Bij de wederopbouw waren er regels, zo mocht je per kamer één raam kopen bij het pakhuis. Op deze manier kreeg iedereen de kans om te herbouwen. De verlichting was nog steeds de olielamp.

Er was weer hoop op een beter leven.....

De mensen die de oorlog hebben meegemaakt, snappen de ellende die er is, als er elders in de wereld oorlog gevoerd wordt. Zij hopen en bidden dat er nooit meer oorlog komt.

Ikzelf ben 4 jaar na de oorlog geboren. Thuis werd er niet veel gesproken over de oorlog. Het was een moeilijk onderwerp en werd het liefst zo snel mogelijk vergeten. Op school werd er wel over de oorlog gesproken, maar niet tijdens de geschiedenisles, daarvoor was het eigenlijk nog te kort geleden. Ik weet nog wel dat de jongens vaak munitie vonden in de bossen en daar mee speelden. Daar zijn veel ongelukken mee gebeurd. We kennen iemand die daar een halve hand mee kwijtraakte. En andere kinderen hebben veel geluk gehad.

Tijdens de aanleg van de hogedrukriolering langs de Nieuwe Dijk, werden er grote vliegtuigbommen gevonden in ons weiland. Onze kinderen waren nog klein, maar het maakte veel indruk op ze.

Waar ik ook altijd veel respect voor gehad heb is dat mijn opa, ondanks alle ellende, begrip op kon brengen voor de Duitse soldaten die hier waren. Hij was in de eerste wereldoorlog soldaat en wist dat deze Duitse soldaten net als hij vroeger ook gewoon hiertoe verplicht werden.

Helga:

Samen met ons oma, ons mam en mijn nichtje Lindsey vertegenwoordigen wij hier 4 generaties, die altijd in Odiliapeel hebben gewoond. We hebben ook allemaal wel iets van die oorlog meegekregen. Het lijkt mij een verschrikkelijke tijd om mee te maken. Op school werd er tijdens de geschiedenisles over gesproken en werd ons op het hart gedrukt dat je er maar niet teveel over moest vragen bij je opa en oma, want zij zouden daar liever niet over praten, omdat het zo’n moeilijke tijd was geweest. Vanuit het dagboek van Anne Frank heb ik mezelf een voorstelling gemaakt hoe het in die tijd is geweest. En laatst ben ik met m’n dochter naar Soldaat van Oranje geweest. Op het laatst zaten we allebei te huilen, zo indrukwekkend. Ik kan me dat gevoel van ons oma toen opa in de bossen van de Rips zat wel voorstellen. Wat een angsten hebben ze in die tijd moeten doorstaan...

Het moet voor de mensen, die hier toen woonden een hel zijn geweest. En dan hebben wij het nog niet over de honger, die de mensen uit het Westen van Nederland hebben geleden.

Uit de verhalen van ons oma weet ik dat de mensen hier zichzelf nog enigszins van voedsel konden voorzien.

Veel Westerlingen kwamen dan ook naar hier om voedsel te vragen. Ons oma is dan ook altijd érg zuinig geweest. Vooral met eten. Als kind stond ik er van versteld hoe dun ons oma kon schillen. Zij kan met een gewoon mesje dunner schillen dan ik met een dunschiller. Een komkommer schilde ze zo dun dat je het donkergroene van de schil nóg kon zien. Toen ik er wat van zei, legde ze me uit dat als je de oorlog hebt meegemaakt dat je dat dan wel leert.

Lindsey: Het is niet te snappen als je het nooit hebt meegemaakt. Maar uit verhalen komen we veel te weten.

Wij hebben met onze klas in ons dorp rondgefietst en zagen nóg overblijfselen uit de 2e wereldoorlog. In het bos zie je de plekken nog heel duidelijk waar de munitie lag opgeslagen. We kwamen ook bij de kleine bunkertjes langs het defensiekanaal. Daar waren een paar kinderen door een raampje naar binnen geklommen. Dat was ook wel spannend. Over de splinterbommen vertelde meester Ad dat ze daarom de loopgraven niet recht maakten, maar met bochten erin. Dan had je minder kans om geraakt te worden.

Ik hoop dat het nooit meer oorlog wordt. Ik ben heel blij dat de mensen van toen zo voor ons land gevochten hebben en wij in vrijheid kunnen leven. Ik wil die vrijheid later ook graag weer doorgeven aan mijn kinderen.